Onze wereld groeit zo hard omdat er geen vijanden in nieuwe omgevingen bestaan. Je houdt het tegen, maar daarna treedt des te onvermijdelijker een tsunami-effect op. Echter, die nieuw gegroeide entiteit is extra weerloos tegen de vijand wanneer die er eenmaal is. Hevige groei roept dus hevige destructie op.
Je kunt deze wet bezien vanuit de anti-immuniteit. Er is iets in onszelf, of in het zelf, dat het tsunami-effect oproept en intensiveert. We verlangen naar instandhouding en groei, hebben daarvoor middelen nodig, en nieuwe doelen, en stellen ons daardoor bloot aan verhevigde destructies.
Is het nodig om voorzorgsmaatregelen te nemen (Charles Mann)? Ja, uiteraard, want wie kan intensieve destructie voor zijn rekening nemen? Maar wat zijn voorzorgsmaatregelen? Om efficiënt te zijn moeten ze kopieerbaar zijn en de vorm aannemen van gewoonten en middelen die ter plaatse al worden ingezet. Juist daardoor worden ze op een vergelijkbare manier blootgesteld aan besmetting als de zogenaamd natuurlijke middelen.
Misschien is het platonisme in essentie wel de ontdekking van deze destructieve kopieerwet en de hoop tegen beter weten in dat er iets bestaat dat nooit blootgesteld wordt aan deze mechanismen. Die hoop intensiveert leven en dood.
zondag 4 maart 2012
zondag 15 januari 2012
Slecht
Charmides gelooft dat schaamte en verlegenheid bij gematigdheid (sofrosunè) horen. Sokrates zet hem op zijn nummer. Als gematigdheid goed is hoort daar geen schaamte bij. Homerus wordt als autoriteit aangerukt.
Het is zo lastig om je kwaliteiten te tonen, zonder verlegenheid en schaamte. Zou je dan alleen maar terughoudend willen zijn uit luiheid?
Nee, het moet ook mogelijk zijn om een talent te koesteren dat minder dan dat van de anderen is. Je moet uitdagingen durven zoeken die anderen niet in je waarderen. Misschien moet je die gedachte dan maar excessief noemen.
Zeg het niet te hard, anders komt Sokrates naast je zitten.
Het is zo lastig om je kwaliteiten te tonen, zonder verlegenheid en schaamte. Zou je dan alleen maar terughoudend willen zijn uit luiheid?
Nee, het moet ook mogelijk zijn om een talent te koesteren dat minder dan dat van de anderen is. Je moet uitdagingen durven zoeken die anderen niet in je waarderen. Misschien moet je die gedachte dan maar excessief noemen.
Zeg het niet te hard, anders komt Sokrates naast je zitten.
vrijdag 23 december 2011
Ressentiment en schaamte
Wraak of ressentiment is een moeilijk leesbaar onderdeel bij Nietzsche. Je zou zeggen dat de Ewige Wiederkehr toch ook een herhaling van het ressentiment impliceert, en waarom zou je het ressentiment niet kunnen opvatten als de vorm bij uitstek van de ewige Wiederkehr?
Wraak is een linke emotie omdat hij zo op rechtvaardigheid lijkt, maar de temperantie mist die bij de rechtvaardigheid hoort. Wraak roept wraak op en is nooit voldoende.
Het lijkt dus de almachtsfantasie te zijn die ons meer tegenstaat dan de wraak zelf, de fantasie dat we de wraak en weerwraak kunnen opvoeren tot het punt van de totale ontploffing van de ander, waarbij we die van onszelf op de koop toenemen.
Dit leidt tot een lezing van Nietzsche die hem in de buurt van Schopenhauer brengt: zowel wil als willoosheid kunnen resulteren in het willen van het niets.
Daarom misschien schrikt de lezer terug voor een lezing van Nietzsche waarbij het ressentiment affirmatief bejegend wordt. Al gauw krijg je dan ressentiment tegen ressentiment. Plato, de joden en de christenen zijn de schuld van alles, en het wordt tijd met hen af te rekenen.
Kortom, het lijkt zinloos om het ressentiment af te keuren. Vandaar misschien dat die afkeuring altijd gepaard gaat met fascinatie, compassie, verontschuldiging. Het zijn neveneffecten van schaamte, omdat we ergens ook wel beseffen dat we erdoor geraakt worden.
Schaamte dus, een emotie die de verhouding tussen andere emoties regelt. Waarom is die dan zo onzichtbaar? Is dat niet vanwege die schaamte zelf, die niet anders kan dan een reflectieve verhouding tot zichzelf innemen?
Zo zou je dus Nietzsche moeten lezen: vanuit de schaamte en kijken hoe ver je komt.
Wraak is een linke emotie omdat hij zo op rechtvaardigheid lijkt, maar de temperantie mist die bij de rechtvaardigheid hoort. Wraak roept wraak op en is nooit voldoende.
Het lijkt dus de almachtsfantasie te zijn die ons meer tegenstaat dan de wraak zelf, de fantasie dat we de wraak en weerwraak kunnen opvoeren tot het punt van de totale ontploffing van de ander, waarbij we die van onszelf op de koop toenemen.
Dit leidt tot een lezing van Nietzsche die hem in de buurt van Schopenhauer brengt: zowel wil als willoosheid kunnen resulteren in het willen van het niets.
Daarom misschien schrikt de lezer terug voor een lezing van Nietzsche waarbij het ressentiment affirmatief bejegend wordt. Al gauw krijg je dan ressentiment tegen ressentiment. Plato, de joden en de christenen zijn de schuld van alles, en het wordt tijd met hen af te rekenen.
Kortom, het lijkt zinloos om het ressentiment af te keuren. Vandaar misschien dat die afkeuring altijd gepaard gaat met fascinatie, compassie, verontschuldiging. Het zijn neveneffecten van schaamte, omdat we ergens ook wel beseffen dat we erdoor geraakt worden.
Schaamte dus, een emotie die de verhouding tussen andere emoties regelt. Waarom is die dan zo onzichtbaar? Is dat niet vanwege die schaamte zelf, die niet anders kan dan een reflectieve verhouding tot zichzelf innemen?
Zo zou je dus Nietzsche moeten lezen: vanuit de schaamte en kijken hoe ver je komt.
Een ambigram uitvoeren
Terrorisme verenigt de mensheid totaal. Zo totaal dat de terreur intern wordt en zich ontpopt als de beste terreurbestrijding. Niets nieuws, want lees Baudrillard over Aldo Moro en je wordt aangezogen door de fataliteit der dingen.
Die is dan ook nauwelijks geheim. Kijk naar de film Angels & Demons en zie hoe de fataliteit wordt overwonnen door iets dat misschien nog fataler is maar wordt voorgespiegeld als de eensgezinde redding der mensheid door het gezond denkende deel der mensheid.
Dan Brown of de regisseur (ik heb het boek niet gelezen en weet dus niet wat van wie is) verhangt de pijltjes in de handen der engelen om 'het pad' te redden.
Wat gered wordt is de voorwaarde tot redding zelf, die zich voltrekt volgens normale apocalyptische scenario's. Hoe dichter bij de ontknoping,hoe gruwelijker de moorden, hoe meer de politie en de misdadiger zich bewijzen en hoe meer ze afgetekend worden van de omstanders.
Uiteindelijk blijkt het ontsluierde geheim tamelijk banaal en zo voorspelbaar dat je niet begrijpt waarom je het niet al van mijlenver zag aankomen.
Iedereen is dan allang om. De politie deed wel mee maar kon niet volgen wegens drammerigheid en foute inschattingen. De held wordt geholpen door toeval, maar zodanig dat het zijn intelligentie niet beledigt. Integendeel, hij ziet dat toeval net iets eerder dan wij (terwijl wij het hadden kunnen zien).
Wat groeit, met de superioriteit van het wetenschappelijk brein, is ons geloof erin.
De film Angels & Demons geeft zodoende - misschien onbedoeld - een schakering van ratio et fides die je Thomistisch kunt noemen.
De held zelf wil er niet aan. 'Gelooft u in God?', vraagt de camerlengo aan Langdon. Die zegt dan diplomatiek (hij verlangt immers toegang tot de Vaticaanse bibliotheek): 'Het geloof is een gift die ik nog niet ontvangen heb', of zoiets.
Dat lijkt een beetje op Heidegger, die zei dat hij zijn atelier als filosoof zou verlaten als hij op zekere dag (weer) gelovig zou worden. Maar het is toch anders. Langdon zal immers zijn onafhankelijkheid als wetenschapper niet willen opgeven.
De sukkel. Die onafhankelijkheid heeft hij uiteraard allang opgegeven. Alles, ook Angels & Demons, kan functioneren als teken van het geloof. Daarvoor hoef je de pijltjes bij de engelen niet te verhangen.
Kardinaal Armin Müller-Stahl heeft dan ook helemaal gelijk wanneer hij concludeert dat Langdon door God is gezonden.
De film laat zich zodoende lezen als een 'ambigram', zoals het logo van de Illuminati. Iedereen werkt samen om de natuur (antimaterie) te plooien naar een moreel doel.
Alleen bij de criminelen ontbreekt zo'n doel. Zij zijn slechts uit op wraak voor de belediging van de wetenschap enkele eeuwen eerder. Je zou hun ambigram dus historisch kunnen noemen: de wraak moet in vorm en omvang corresponderen met de smaad van toen.
De les van de film zou dan kunnen zijn: volg de uitnodiging tot lezen verder dan die uitnodiging zelf. Dat geldt uiteraard ook voor deze beschouwing.
Die is dan ook nauwelijks geheim. Kijk naar de film Angels & Demons en zie hoe de fataliteit wordt overwonnen door iets dat misschien nog fataler is maar wordt voorgespiegeld als de eensgezinde redding der mensheid door het gezond denkende deel der mensheid.
Dan Brown of de regisseur (ik heb het boek niet gelezen en weet dus niet wat van wie is) verhangt de pijltjes in de handen der engelen om 'het pad' te redden.
Wat gered wordt is de voorwaarde tot redding zelf, die zich voltrekt volgens normale apocalyptische scenario's. Hoe dichter bij de ontknoping,hoe gruwelijker de moorden, hoe meer de politie en de misdadiger zich bewijzen en hoe meer ze afgetekend worden van de omstanders.
Uiteindelijk blijkt het ontsluierde geheim tamelijk banaal en zo voorspelbaar dat je niet begrijpt waarom je het niet al van mijlenver zag aankomen.
Iedereen is dan allang om. De politie deed wel mee maar kon niet volgen wegens drammerigheid en foute inschattingen. De held wordt geholpen door toeval, maar zodanig dat het zijn intelligentie niet beledigt. Integendeel, hij ziet dat toeval net iets eerder dan wij (terwijl wij het hadden kunnen zien).
Wat groeit, met de superioriteit van het wetenschappelijk brein, is ons geloof erin.
De film Angels & Demons geeft zodoende - misschien onbedoeld - een schakering van ratio et fides die je Thomistisch kunt noemen.
De held zelf wil er niet aan. 'Gelooft u in God?', vraagt de camerlengo aan Langdon. Die zegt dan diplomatiek (hij verlangt immers toegang tot de Vaticaanse bibliotheek): 'Het geloof is een gift die ik nog niet ontvangen heb', of zoiets.
Dat lijkt een beetje op Heidegger, die zei dat hij zijn atelier als filosoof zou verlaten als hij op zekere dag (weer) gelovig zou worden. Maar het is toch anders. Langdon zal immers zijn onafhankelijkheid als wetenschapper niet willen opgeven.
De sukkel. Die onafhankelijkheid heeft hij uiteraard allang opgegeven. Alles, ook Angels & Demons, kan functioneren als teken van het geloof. Daarvoor hoef je de pijltjes bij de engelen niet te verhangen.
Kardinaal Armin Müller-Stahl heeft dan ook helemaal gelijk wanneer hij concludeert dat Langdon door God is gezonden.
De film laat zich zodoende lezen als een 'ambigram', zoals het logo van de Illuminati. Iedereen werkt samen om de natuur (antimaterie) te plooien naar een moreel doel.
Alleen bij de criminelen ontbreekt zo'n doel. Zij zijn slechts uit op wraak voor de belediging van de wetenschap enkele eeuwen eerder. Je zou hun ambigram dus historisch kunnen noemen: de wraak moet in vorm en omvang corresponderen met de smaad van toen.
De les van de film zou dan kunnen zijn: volg de uitnodiging tot lezen verder dan die uitnodiging zelf. Dat geldt uiteraard ook voor deze beschouwing.
maandag 19 december 2011
Het gaat gewoon door!
De slag tegen de metafysica is nooit gewonnen. Je kunt de metafysica wel omtoveren tot een 'Verwindung', maar je moet dat waarschijnlijk niet opvatten als een andere vorm van hetzelfde, of een terecht oordeel over de oude metafysica. Het is eerder de erkenning dat we de metafysica niet in de hand hebben.
En zo worden we nog steeds van alle kanten bestookt met adviezen over hoe we moeten leven, en krijgen we allerlei waarschuwingen over de weerbarstigheid van de werkelijkheid over ons uitgestort. Ja, ook, en zelfs vooral, van de filosofen. Zet er vier bij elkaar, zoals afgelopen vrijdagnacht met Wim Brands, en ze zeggen moeiteloos in 30 seconden waar liefde, geweld, het kwaad en de dood op neerkomen. Hoezo Verwindung? zou je bijna denken.
Ik ga in dit stukje niet veel verder dan de 30 seconden komen, en heb me weer eens met iets onmogelijks opgezadeld. Het is onmogelijk om de filosofie nog te ontmaskeren, want ze zet geen maskers meer op. Ik vrees dus dat de filosofie niets meer meer is dan een door elkaar blaten van pseudodiepzinnige adviezen en waarschuwingen.
Hoe moet je dat dan weer opvatten? Geen idee. Ik aarzel (en ben al blij dat er uberhaupt nog iemand aarzelt, als het moet wil ik dat wel zijn) tussen twee opties: gewoon kappen met die filosofie, of nog wel iets doen, maar dan op afstand. Misschien zit daar nog een teken van hoop: dat de meeste filosofie die ertoe doet zich op afstand houdt, uit schaamte en hoop.
En zo worden we nog steeds van alle kanten bestookt met adviezen over hoe we moeten leven, en krijgen we allerlei waarschuwingen over de weerbarstigheid van de werkelijkheid over ons uitgestort. Ja, ook, en zelfs vooral, van de filosofen. Zet er vier bij elkaar, zoals afgelopen vrijdagnacht met Wim Brands, en ze zeggen moeiteloos in 30 seconden waar liefde, geweld, het kwaad en de dood op neerkomen. Hoezo Verwindung? zou je bijna denken.
Ik ga in dit stukje niet veel verder dan de 30 seconden komen, en heb me weer eens met iets onmogelijks opgezadeld. Het is onmogelijk om de filosofie nog te ontmaskeren, want ze zet geen maskers meer op. Ik vrees dus dat de filosofie niets meer meer is dan een door elkaar blaten van pseudodiepzinnige adviezen en waarschuwingen.
Hoe moet je dat dan weer opvatten? Geen idee. Ik aarzel (en ben al blij dat er uberhaupt nog iemand aarzelt, als het moet wil ik dat wel zijn) tussen twee opties: gewoon kappen met die filosofie, of nog wel iets doen, maar dan op afstand. Misschien zit daar nog een teken van hoop: dat de meeste filosofie die ertoe doet zich op afstand houdt, uit schaamte en hoop.
donderdag 24 november 2011
Mooi meegenomen
Bevindt elke idee zich geheel in elk voorwerp? schijnt Plato zich in Parmenides en zijn brieven te hebben afgevraagd (ik ben te lui om het na te zoeken). Het begin van de neergang van de idee, niet in de zin van incarnatie, maar van de macht van de idee als idee om de zin der dingen van buitenaf te kunnen verhelderen.
Je kunt dan met Aristoteles mee, die het voortaan in de dingen zelf zocht, je kunt ook met de christenen mee die Plato opnieuw van stal haalden en het spoor van incarnatie insloegen. Inderdaad zit in elke drol en elk weerzinwekkend lichaam nog een spoor van transcendentie.
Het heilige vergaat het voortaan als de idee. Het huist mee in elk voorwerp dat slechts schijnbaar verstoken is van transcendentie. Dat kan wezenlijk zo zijn, het doet zich tevens voor als een historische voortgaande ontdekking, een fenomenologie.
Het kerkplein, plaats van 'profanatie', wordt de plaats van het heilige (ook al waar omdat de offers voor de tempel werden gebracht, niet erin). Later bij de protestanten ook de huiskamer. De maaltijd aan tafel. Enzovoort: de afwas.
Het heilige is plaats van sociale uitwisseling en hernieuwing van de binding. Durkheim, en Rousseau's civiele religie. Een decentrische beweging versus de marges of ban. Elke profanatie kan weer worden teruggegeven aan de religie, of is wezenlijk teruggave (Agamben).
In een decentrerend heelal kan elke decentrering evengoed toegespitste centrering betekenen. We hebben sinds Plato geen ideale plaats meer van waaruit we het centrum kunnen onthullen en vandaaruit het geheel.
En als je missie verder reikt, het terugbrengen van alles naar het centrum, zullen we daarnaast nog de decentrering moeten volgen. Ook daarom bevinden we ons nog midden in het platonisme.
Je kunt dan met Aristoteles mee, die het voortaan in de dingen zelf zocht, je kunt ook met de christenen mee die Plato opnieuw van stal haalden en het spoor van incarnatie insloegen. Inderdaad zit in elke drol en elk weerzinwekkend lichaam nog een spoor van transcendentie.
Het heilige vergaat het voortaan als de idee. Het huist mee in elk voorwerp dat slechts schijnbaar verstoken is van transcendentie. Dat kan wezenlijk zo zijn, het doet zich tevens voor als een historische voortgaande ontdekking, een fenomenologie.
Het kerkplein, plaats van 'profanatie', wordt de plaats van het heilige (ook al waar omdat de offers voor de tempel werden gebracht, niet erin). Later bij de protestanten ook de huiskamer. De maaltijd aan tafel. Enzovoort: de afwas.
Het heilige is plaats van sociale uitwisseling en hernieuwing van de binding. Durkheim, en Rousseau's civiele religie. Een decentrische beweging versus de marges of ban. Elke profanatie kan weer worden teruggegeven aan de religie, of is wezenlijk teruggave (Agamben).
In een decentrerend heelal kan elke decentrering evengoed toegespitste centrering betekenen. We hebben sinds Plato geen ideale plaats meer van waaruit we het centrum kunnen onthullen en vandaaruit het geheel.
En als je missie verder reikt, het terugbrengen van alles naar het centrum, zullen we daarnaast nog de decentrering moeten volgen. Ook daarom bevinden we ons nog midden in het platonisme.
maandag 24 oktober 2011
De ideale bagels
Nussbaum verduidelijkt Plato's ethische technè met het voorbeeld van Faidra en de bagels (Breekbaarheid, p.188). Ze wil het aantal bagels dat ze eet maximaliseren. Ze kan dat doen volgens de toestand van akrasia of niet. Doet ze dat wel, dan eet ze gewoon die bagel, ook al moet ze daarna hardlopen en krijgt ze kramp. Volg je de anti-akratische optie van Sokrates, dan moet je de hele situatie opnieuw inrichten.
Het komt namelijk niet gewoon neer op het laten staan van die bagel. Dan is dat gewoon een keuze die je in een bepaald geval maakt, bijvoorbeeld omdat je wil hardlopen en geen last wil hebben van kramp. Nee, je moet dan kiezen tussen twee aantallen bagels, want het getal en de meetbaarheid moeten de doorslag geven. (En je moet nog steeds het aantal willen maximaliseren volgens de toestand van anti-akrasia.)
En zo staat Faidra dan tussen twee bordjes. Een bordje met een bagel, en een bordje met twee bagels. De bagels verschillen in niets van elkaar behalve in aantal. Ze mag niet beide bordjes kiezen. Dan, en alleen dan, is de conclusie van Sokrates adequaat dat haar keuze voor maximalisering ongerijmd is.
Wat de lezer altijd zal bijblijven is de keuze voor de naam Faidra. De heldin van Euripides, Seneca en Racine kiest voor haar stiefzoon in de veronderstelling dat haar man Theseus is omgekomen. Het blijkt de foute keuze, zeker wanneer duidelijk wordt dat Theseus alive & kicking is.
Met die naam lijkt Nussbaum het pleit al voor de start van het dilemma te hebben beslecht. Akrasia is dan al gegeven. Er is nog een oplossing, uiteindelijk: Faidra slikt gif om de wereld van haar onzuiverheid te ontdoen. De idee is dan voorlopig gered. En de didactische illustratie heeft die idee iets te goed geïllustreerd. Faidra zal haar marathon niet ten einde lopen.
Het komt namelijk niet gewoon neer op het laten staan van die bagel. Dan is dat gewoon een keuze die je in een bepaald geval maakt, bijvoorbeeld omdat je wil hardlopen en geen last wil hebben van kramp. Nee, je moet dan kiezen tussen twee aantallen bagels, want het getal en de meetbaarheid moeten de doorslag geven. (En je moet nog steeds het aantal willen maximaliseren volgens de toestand van anti-akrasia.)
En zo staat Faidra dan tussen twee bordjes. Een bordje met een bagel, en een bordje met twee bagels. De bagels verschillen in niets van elkaar behalve in aantal. Ze mag niet beide bordjes kiezen. Dan, en alleen dan, is de conclusie van Sokrates adequaat dat haar keuze voor maximalisering ongerijmd is.
Wat de lezer altijd zal bijblijven is de keuze voor de naam Faidra. De heldin van Euripides, Seneca en Racine kiest voor haar stiefzoon in de veronderstelling dat haar man Theseus is omgekomen. Het blijkt de foute keuze, zeker wanneer duidelijk wordt dat Theseus alive & kicking is.
Met die naam lijkt Nussbaum het pleit al voor de start van het dilemma te hebben beslecht. Akrasia is dan al gegeven. Er is nog een oplossing, uiteindelijk: Faidra slikt gif om de wereld van haar onzuiverheid te ontdoen. De idee is dan voorlopig gered. En de didactische illustratie heeft die idee iets te goed geïllustreerd. Faidra zal haar marathon niet ten einde lopen.
Abonneren op:
Posts (Atom)






