woensdag 14 augustus 2013

Freud zoekt hulp

In Jenseits des Lustprinzips (1920) presenteert Freud fantastische ontdekkingen. Ze zijn alleen al de moeite waard omdat  Freud zelf verwacht dat de biologie zijn fragiele bouwsel in de nabije toekomst makkelijk omver zal blazen. Er zit dus een doodsdrift in de theorie van de doodsdrift.

Maar zo makkelijk komt Freud niet weg!

Hij laat zich een handje helpen. Hij wil namelijk niet in verlegenheid blijven steken en gelooft ook niet dat zijn doodsdrifttheorie uit verlegenheid voortkomt. Bij zijn ontdekkingen over sadisme en masochisme (toen nog in het teken van het libido) had hij al laten zien dat het ego libidobezettingen overdraagt op een object dat los van zichzelf staat. Freud blijft dus zo lang mogelijk wetenschapper. Nuchter.

Eerst laat Freud zich helpen door Weismann. Die onderscheidde de levende substantie in twee delen, een sterfelijk lichaam en de kiemcellen. Die zijn potentieel onsterfelijk, wanneer ze er namelijk in slagen zich met een andere kiemcel te verenigen. Freud vindt eigenlijk dat zijn eigen onderscheid in libido en doodsdrift hiermee behoorlijk veel overeenkomt.

Later in zijn betoog komt Freud op Weismann terug. Het probleem is namelijk dat je geen doodsdrift nodig hebt wanneer het lichaam toch al sterft en het ik erin slaagt om zich door zijn libido met een ander wezen te verenigen en zo onsterfelijkheid te bereiken. De dood, zegt Weismann, is dan ook een uitvinding van hogere levensvormen. De 'protisten' hebben die niet nodig.
Hoe kan Freud dus in het verlengde van Weismann toch zijn doodsdriftopvatting illustreren?

Hier raakt Freud in het donker waar nog niet eens de lichtstraal van een hypothese is doorgedrongen. Hij moet gaan goochelen met vergelijkingen met twee onbekenden.

Tataa! Daar komt Plato om de hoek! En niet zomaar Plato, maar Sokrates' spotter Aristofanes zoals hij door Plato wordt opgevoerd in Symposion. Hetzelfde Symposion waarop Freud al enkele bladzijden eerder had toegespeeld door naar de Eros te verwijzen, de kracht die alles samenhoudt.

Freud citeert en parafraseert. Iedereen kent de mythe die 'Aristofanes' vertelt, over de groteske dubbelwezens met vier armen en vier benen. Zeus beschouwt hen als rivalen en laat hen doormidden snijden. Later zoeken de helften elkaar weer op. Waarmee we nog steeds bezig zijn...

Daarna vertaalt Freud de mythe in de termen van het kiemcelverhaal. Alleen, hij doet dat in een toonzetting die bedoeld is duizeling teweeg te brengen:
"Sollen wir, dem Wink des Dichterphilosophen folgend, die Annahme wagen,
daß die lebende Substanz bei ihrer Belebung in kleine Partikel zerrissen
wurde, die seither durch die Sexualtriebe ihre Wiedervereinigung
anstreben? Daß diese Triebe, in denen sich die chemische Affinität der
unbelebten Materie fortsetzt, durch das Reich der Protisten hindurch
allmählich die Schwierigkeiten überwinden, welche eine mit
lebensgefährlichen Reizen geladene Umgebung diesem Streben
entgegensetzt, die sie zur Bildung einer schützenden Rindenschicht
nötigt? Daß diese zersprengten Teilchen lebender Substanz so die
Vielzelligkeit erreichen und endlich den Keimzellen den Trieb zur
Wiedervereinigung in höchster Konzentration übertragen? Ich glaube, es
ist hier die Stelle, abzubrechen."
De doodsdrift stelt zich hier in dienst van het libido en neemt de vorm aan van een beschermlaag tegen de overmatige prikkels van buitenaf. Natuurlijk is Freud ook wel zo slim om in zijn afsluitende opmerkingen ook de tegengestelde mogelijkheid open te laten. Het libido kan zich evengoed in dienst stellen van de doodsdrift. Zo zou je ook de uitblussing van het libido na het orgasme, en daarmee het libido zelf, kunnen opvatten als ons verlangen terug te keren naar de rust van een anorganische toestand.

Is Freuds laatste zin van het citaat hierboven niet een treffende illustratie van die tweede mogelijkheid? Met de mythe van Plato probeert Freud (net als Plato zelf) voorbij zijn eigen speculaties te denken. Die kun je nog vertalen in halfwetenschappelijke termen. Maar het houdt een keer op. Het is moeilijk niet te vertellen over wat de moeite waard is, wat je ervan hebt gezien en bespeculeerd. Daarvan weet ook de blogger. Maar ich glaube, es ist hier die Stelle, abzubrechen.






 
 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten