Door alle vrede vergeten we dat de oorlog een normaaltoestand is, of minstens evengoed een normaaltoestand. Als dat tot ons doordringt moeten we de vrede anders begrijpen, als iets van na de oorlog. Dat zou kunnen verklaren waarom ik bij de dingen die ik de laatste tijd lees en zie steeds weer stuit op deze situatie, van de strijders die doorgaan met strijden als ze uit de oorlog komen (zie deze blog). Dat geldt zeker ook voor The Odyssey van Nolan. Daar hoef je de film niet eens voor te zien. Iedereen kent het verhaal van Odysseus die tien jaar tegen Troje vocht, en daarna tien jaar nodig had om thuis te komen. Daar moest hij weer vechten om vrede te bereiken.
De film van Nolan maakt veel los, en je hebt mij niet nodig om aan het denken te worden gezet. Om met het verhaal te spreken: ik ben niemand. En, met datzelfde verhaal: alles komt op onszelf neer, de goden helpen ons alleen als we onszelf helpen. In mijn vorige blog verkende ik deze dubbelheid aan de hand van het geprivilegieerde zijn. Ook de onbetekenende zaken doen ertoe. Maar er zit iets in het westerse denken en de westerse cultuur waardoor we dat steeds vergeten. We verklaren sommige dingen en mensen zo graag superieur dat we daarmee de oorlog over ons afroepen. Filosoof Severino roept ons op om terug te gaan naar de tijd voor dat geprivilegieerde zijn, de aioon voor de aioon. Bij de oud-Griekse filosoof Parmenides ziet hij de gedachte dat er geen geprivilegieerd zijn is, alle zijn is er en doet ertoe.
De vraag die ik dus graag aan de film van Nolan verbind is hoe de wereld van voor Plato aan ons nog kan verschijnen. Immers, ook Homerus hoort bij deze wereld, hij leefde honderden jaren voor Plato. Het is alleen voor geprivilegieerde lezers mogelijk om zijn teksten te lezen, gymnasiasten met name, en daarom alleen al hebben we films nodig om de wereld van voor Plato te laten verschijnen. Want dat is ook de hoofdboodschap van filosoof Severino. Het zijn is aioon, eeuwig, onvergankelijk, onveranderlijk, maar wat we zien is niet het zijn maar de verschijningen, en met ons denken kunnen we doordringen tot het verschijnen van dat zijn.
Welnu, in de film zien we dat verschijnen door de ogen van Odysseus. Hij is alles vergeten van de oorlog en verblijft bij de godin Calypso. Daar dringt op een gegeven moment de oorlog tot hem door. We kunnen de film zien als het doordringen van de beelden op het moment dat het vergeten compleet is. In feite helpt Calypso hem daarbij door hem lotusbladeren te geven. Bij Homerus is het niet de oorlog die in zijn bewustzijn doordringt, maar zijn heimwee, hij zit 's avonds op het strand te huilen. Niettemin lijkt de structuur van het verhaal hier op de tragedie. Je kunt de Odysseus van de film goed vergelijken met Oedipus. Geleidelijk dringt de waarheid tot hem door, en ook zijn eigen betrokkenheid in het geweld, bij Oedipus het doden van zijn vader.
We zouden dat verschijnen van de oorlogsbeelden ook kunnen framen in termen van gastvrijheid. Dat is een hoofdthema van de film, de 'wet van Zeus' wordt steeds genoemd. Die plaatst ons voor dilemma's. Aan de ene kant moet je vreemdelingen altijd welkom heten, ook bedelaars. Aan de andere kant zit de wereld zo in elkaar dat er voortdurend misbruik wordt gemaakt van de gastvrijheid. We hebben dit thema de afgelopen tijd vooral verkend aan de hand van De parasiet van filosoof Michel Serres (zie deze blog). Als het misbruik de normale toestand is, moeten we gastvrijheid opvatten in termen van de parasiet. Als wijzelf ook parasieten zijn, zijn we bij het kwaad te gast bij onszelf, en moeten we ons openstellen voor alles in de wereld, inclusief het kwaad.
De film gaat minder ver. Het kwaad zit in Odysseus, daar komt hij langzaam achter. Maar tegelijk zien we hem flink in de weer met vechten tegen de slechterikken. De vrijers zijn de ultieme vijanden die misbruik maken van de gastvrijheid, en ze moeten worden vernietigd om het recht te laten zegevieren. Zo kun je eigenlijk al uittekenen hoe de rechtsextremisten de film van Nolan gaan inzetten voor hun propaganda. Er zijn altijd mensen die misbruik maken van onze gastvrijheid, met name immigranten, en die moeten we te vuur en te zwaard bestrijden.
Een andere filosoof bij wie we het thema gastvrijheid tegenkwamen is de genoemde Severino (zie deze blog). Ter herinnering nog maar weer even dat citaat:
'This tree is a positive, and as such it is and it cannot befall it to not-be, and so it is eternal. And, as eternal, it dwells in the hospitable house of Being, where all its positivity has already been, and will always be, saved.' (Severino, The Essence of Nihilism, Chapter 1)
Met andere woorden, gastvrij is niet alleen deze of gene persoon, gastvrij is het hele zijn als zodanig, het is een en al positiviteit. Dat klinkt wel erg radicaal, en zo op het oog maakt The Odyssey weinig kans om het gastvrije zijn voor onze ogen te brengen, hooguit een slap aftreksel.
Toch kan de film iets van die gastvrijheid overbrengen. De reden daarvoor is simpelweg dat je niet iets als negatief kunt beschouwen als je tegelijk volhoudt dat dingen volledig positief zijn. Dan moeten we die positiviteit toch ook in de film kunnen vinden. Ik denk die positiviteit te zien in het filmachtige. We kijken naar een film, denken dat die verraad pleegt aan het originele boek van Homerus, maar vergeten dat de beelden in de geest van Odysseus ook het karakter van een film hebben. In zijn hoofd spelen zich de gebeurtenissen af als een film, en dat is de film waarnaar we zitten te kijken.
Dat betekent zeker ook dat bewustwording en verblinding vermengd zijn. Als we naar een film kijken, vergeten we dat we naar een film zitten te kijken. Het vergeten maakt deel uit van de ervaring waarmee we ons bewust worden van wat zich daar afspeelt. Maar dat geldt voor Odysseus zelf ook. Hij vertelt de dingen, hij wordt zich bewust van zijn aandeel in het geweld van de Grieken tegen de Trojanen, maar vergeet dat hij niet anders kan dan zich vechtend en bedriegend toegang verschaffen, zelfs in zijn eigen huis. In plaats daarvan wordt hij Matt Damon. Zoals Joost de Vries in de Volkskrant schrijft over Nolan: 'Zijn Odysseus is Matt Damon in al zijn Matt Damonerigheid.' Hij is sympathiek genoeg, en op een gegeven moment gaat hij keihard vechten. Hij is dus ook Jason Bourne, inclusief dat vergeten. Odysseus speelt Jason Bourne, die vergeten is dat hij werkte voor de CIA, dreigt te worden uitgeschakeld, en moet alle listen en krachten gebruiken om niet alleen in leven te blijven, maar ook om via zijn organisatie te achterhalen wie hij is.
Joost de Vries is vooral kritisch, hij vindt het jammer dat Odysseus met zijn karakter in de film wordt uitgegumd. Toch moet hij toegeven dat in The Odyssey 'alles op cinematografisch vlak onovertroffen' is. 'Nog nooit zag de Ionische Zee er zo mistroostig uit. De decors zijn geweldig, de kostuums uniek.' Ik zou daaraan willen toevoegen: de klank is bijzonder. Allereerst de herrie, die een belangrijk kenmerk is van Amerikaanse films (zie deze blog). Daarnaast de muziek van Ludwig Göransson. Percussie is daar een belangrijk element, en heeft de werking van het midden tussen klank en muziek. De verteller slaat met een stok op de grond om zijn teksten te accentueren, wat een meesterlijke herinnering is aan de oude rapsoden, de zanger/ vertellers die langs de burchten trokken om het Homerische epos met hun stok (rabdos) ten gehore te brengen.
De film is dus een raamvertelling, het verhaal van de thuisreis speelt zich af doordat Odysseus het vertelt aan Calypso. Bij Homerus is er ook een raamvertelling. Daar is Odysseus te gast bij de Faiaken, en hoort hij een blinde zanger/ verteller het verhaal van de Odyssee opvoeren. Daarna gaat Odysseus zelf vertellen hoe het allemaal precies zat. Het effect van de raamvertelling is dat we moeten vertrouwen op de herinneringen van de verteller. Dat is in het geval van Odysseus extra lastig, omdat hij de reputatie heeft dat hij wel erg gemakkelijk vertelt en dat hij erg bedreven is in listen. Wellicht ook daarom is van belang, vanuit het oogpunt van het epos, en ook van de film, dat Odysseus laat merken dat hij erg gekweld wordt. Hij is gekweld door wat hij allemaal meemaakt, maar weet het ook goed te brengen. Bij Homerus door te vertellen, bij Nolan door juist niet uitbundig te vertellen. Een film toont het karakter door het uit te gummen, we moeten onze emoties kunnen projecteren op het vlakke gezicht van de acteur.
De betekenis die overblijft na de film is de betekenis die we vergeten, de betekenis van het vergeten. We moeten kunnen vergeten dat we naar een film zitten te kijken, door wat we zien vergeten we wat een oorlog is, vergeten we de oorlog. Filosoof Agamben ziet in het vergeten een kans op vergeving en op vrede. Als we zo goed in staat zijn om te vergeten, vergeten we misschien ook de kwellingen die onze vijanden ons hebben aangedaan, vergeten en vergeven hangen nauw samen (zie deze blog). Volgen we die andere Italiaanse filosoof, Severino, dan is ook bij hem het vergeten (van het zijn) niet alleen maar negatief. In het vergeten kunnen we de weg terugzoeken naar het zijn, het pad van het licht, en dan is het mooi wanneer dat vergeten in beeld wordt gebracht, voor ons verschijnt in de persoon van Odysseus.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten