donderdag 10 september 2026

Wat Goethe zou hebben gezegd

Als je door Weimar loopt kun je niet om Goethe heen. Natuurlijk denk je ook aan de Weimarrepubliek (zie deze blog). Maar die werd in Weimar ingeluid omdat het de cultuurstad was, dat wil zeggen de stad van Goethe. Met Goethe bedoel ik vooral de naam Goethe, de man over wie je ofwel heel weinig weet of, als je je erin hebt verdiept, te weinig weet. Zo denken we via Goethe iets te weten te komen over het leven, over het leven van Goethe, en via zijn leven over het leven als zodanig, ons leven. Op de een of andere manier is de filosofie in het spel, de ethiek.

In de lijnen die ik volg is met name Goethes roman Die Wahlverwandtschaften van belang, omdat filosoof Walter Benjamin erover heeft geschreven (zie deze blog). Met Benjamin hebben we een sleutel in handen om Goethe te begrijpen zonder ons (uitsluitend) in hem te verplaatsen, hem te gebruiken als allegorie (zie over de allegorie het Goethe-kritische proefschrift van Joris Verheijen, ook deze blog). We kunnen Ottilie, de jonge vrouw die de baby van haar huisgenote in de vijver laat vallen, zien als teken van hoop, hoewel het onwaarschijnlijk is dat Goethe het zo bedoeld heeft. Er zit schoonheid in de persoon Ottilie, een schoonheid die eventjes oplicht, zoals een vallende ster, totdat je weer nuchter bent en ziet dat het eigenlijk flauwekul is.

Zou het ook omgekeerd kunnen? Dat je de flauwekul ziet, en daar iets ervaart van het verhevene? Dat is een hoofdmotief dat we in voorbije blogs hebben aangestipt, via het 'komische sublieme' van Agamben en de filosofie van Severino (zie deze blog). Zo kwam ik met mijn vrienden via het slot van Weimar in het park. Het is een prachtig klassiek park. Je ziet er een flink huis, wat het tuinhuis van Goethe bleek te zijn geweest. Er stond een man het gras te maaien. Vriend Pieter spreekt makkelijk mensen aan, en zo kwamen we erachter dat Goethe eerst in dit tuinhuis woonde, voordat hij het zeer ruime huis in het centrum betrok. En zo denk ik dan toch weer terug aan Die Wahlverwandtschaften, waar een van de personages tuinen ontwerpt, inclusief die vijver waar zijn kindje in zal verdrinken.

Vervolgens gingen we in de richting van het graf van Goethe. Immers, Safranski lezend stuitte ik op het mysterie van de steen, het leven als een steen, het versteende leven, het fascinerende gegeven dat Goethe nooit begrafenissen bezocht, maar wel enige tijd de schedel van zijn vriend Schiller op zijn bureau had staan (zie deze blog). (Deze schedel bleek, volgens tamelijk recent onderzoek, overigens niet echt van Schiller te zijn. Tegenwoordig ligt het gebeente van Schiller ook niet meer in de kist naast de kist van Goethe, de kist is nu leeg, wat ook weer tot allerlei theologische overdenkingen kan leiden, en Pieter is nu in het bezit van een flink boek over die schedel. Maar dit terzijde.) Onderweg stuiten we aan de westkant van het park op het Römisches Haus, een huis met zuiltjes dat mede door Goethe zelf was ontworpen. Vlak voor dat huis zien we inderdaad een vijver. Die is wel erg klein, maar voor mij groot genoeg om aan Ottilie en de baby te denken. Ottilie wordt nu een monument, een monument in de schaduw van een monument.

(Ik moet nu plassen, en ook omdat het erg rustig is in het park zoek ik twintig meter verderop een paar struiken op.)

Het komisch sublieme... Goethe is toch eerder de man van de grote dimensies, die je kunt ontdekken door het menselijk al te menselijke te verheffen tot iets hogers, desnoods mislukkend, zoals Goethe zelf ook de lat erg hoog lag en die lat er vaak af sprong. Zijn mislukkende onderneming om de mijn van Ilmenau weer tot leven te wekken bijvoorbeeld. Lees ik Safranski opnieuw, dan zie ik dat Goethe die interesse in stenen krijgt als hij het hartsgebergte bezoekt. Hij maakt er met zijn gevoel voor dramatiek een mysterieuze onderneming van, hij vertelt niemand waar hij heengaat. En voordat hij naar de Harts gaat bezoekt hij bij Eisenach de beroemde Wartburg, waar Luther bliksemsnel het Nieuwe Testament had vertaald. Een stukje natuur vol geschiedenis, en na Goethe nog meer. Je kunt de Wartburg vanaf de snelweg zien liggen, al hadden we hem aanvankelijk ook verward met een paar ruïnes veel dichterbij.

In de Harts bestijgt Goethe de Brocken, begin winter, in ijs en sneeuw. Daar ziet hij het berglandschap op zijn mooist, in de schemering, met stenen in alle kleuren. Je kunt ook de Farbenlehre van Goethe dus niet los zien van deze sublieme ervaring. We zitten hier in het sublieme zoals we het kennen. Iets is vreeswekkend, verheven, ook letterlijk, maar als je je eraan overgeeft raak je de kern van de schoonheid en van het leven. Ook in praktische zin, als een bijbelse profeet ontdekt Goethe dat hij geen schrijver meer moet zijn, maar praktische bijdragen moet leveren aan het geluk der mensheid: 'Regieren!', schrijft hij. Het is overigens wel ironisch dat hij mede naar de Harts was gegaan om kennis op te doen van gesteenten, met het oog op de heropening van de mijnen bij Ilmenau, wat dus zal mislukken.

Safranski vertelt dat Goethe nog met een ander doel naar de Harts was gegaan. Goethe wil in Wernigerode Plessing bezoeken, een geleerde die hem een lange brief had geschreven, waarin hij vertelde dat hij  zwaar depressief was geworden nadat hij zijn Werther had gelezen. Goethe voelt zich verantwoordelijk en wil hem graag troosten. Omdat hij zelf de beroemde schrijver van de Werther is lijkt het hem verstandig om incognito te gaan. Plessing vraagt hem wat Goethe zou hebben gezegd. Goethe zegt dat je bij depressie contact moet maken met de wereld, je verdiepen in de uiterlijke verschijningsvormen en actief deelnemen aan de wereld, in een of andere rol, als boer, leraar of jager.

Plessing wil daar niets van weten:

'Plessing blieb in seinen Seelennöten gefangen und fuhr fort, seine Enttäuschungen über Menschen und Gegenden zu beklagen, von denen er sich andere Vorstellungen gemacht habe.' (p.240)

Ook hier springt Goethe dus weer de lat af, Plessing herkent hem niet als Goethe zelf, en laat zich ook niet overtuigen door zijn waardevolle en goedbedoelde adviezen.

In een opzicht, en dat telt hier, is de onderneming wel succesvol. Goethe heeft alles gedaan wat hij kon, en voelt zich van alle verdere verplichtingen jegens Plessing ontbonden.

Je zou het leven van Goethe dus alsnog kunnen interpreteren volgens de lijnen van de Bildung. Het maakt niet uit of je slaagt in je ondernemingen, als je maar je best doet. Het resultaat heb je toch niet in de hand. Integendeel, juist van mislukkingen kun je iets leren. Leren doe je met vallen en opstaan.

Dit is de levenskunst bezien door de ogen van Goethe zelf. Maar zoals gezegd, we kunnen er ook naar kijken vanuit het mysterie, het ondoordringbare, de stenen. In dit geval wellicht de ogen van Plessing, de depressieve zonderling. Plessing is namelijk in staat om te kijken met de ogen van Werther, Werther is zijn sublieme ervaring. Je kunt Goethe niet gelijkstellen met zijn romanpersoon Werther, evenmin als Plessner. Zij leven verder, ze plegen geen zelfmoord zoals Werther. Wellicht kun je Goethe en Plessing zien als elkaars keerzijde, als dubbelgangers of tweelingen die niet tot elkaar doordringen.

Iets van deze ondoordringbaarheid dringt ook tot me door op het plein voor het theater in Weimar, met het dubbele standbeeld van Goethe met Schiller. Op maandagavond staat er een kleine menigte veelal oudere, nette mensen te luisteren naar een mevrouw die een stencil voorleest. Er staan twee politieauto's bij, meer is kennelijk niet nodig. Er zijn kleuren, er is een logo op een vlag. Googelend zie ik dat de afkorting BgR Bündnis gegen Rechtsextremismus is. Dapper staan ze op tegen de zo fataal verlopen verkiezingen in de buurstaat waar de AfD 44% van de stemmen haalde. Bildung is veerkracht, niet voortschrijdend succes, je staat weer op al ben je nog zo klein. Je doet tenminste iets. Dat geldt evengoed voor die machtige rechtsextremisten natuurlijk. Ze hebben nu de wind in de rug, maar stemmen vanuit hun gevoel van onbeduidendheid, dat er tóch niet naar hen wordt geluisterd.

Goethe, weten we nu, is niemand. Of iemand die zegt wat Goethe zou hebben gezegd. Waarvan akte.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten