maandag 8 mei 2023

Deel van de massa - Canetti en Agamben

Elias Canetti, Massa en macht, Amsterdam 2017 (or. Masse und Macht, Londen 1960)

Nog steeds zitten we in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog, ook wat betreft deze blogs. Ik kreeg van mijn broer Wilfried (een van de vertalers) het boek Slaapwandelaars van Clark. Via Kraus kwam ik bij Canetti, ook alweer door contact met naasten, in dit geval twee vrienden (Cor en Martien) die bij gesprekken begonnen over Die Blendung (vertaald als 'Het martyrium'). Misschien kan ik de continuïteit van de thematiek het beste verwoorden met hulp van weer een andere vriend. Clark had gezegd dat de Oorlog geen misdaad was maar een tragedie. Vriend Rob zei toen: 'Welnee, het was een ordinaire slachtpartij'.

We beleven nu rond Bachmoet weer zoiets. Poetin heeft er geen moeite mee om tienduizenden landgenoten de dood in te jagen, waarbij het doel allesbehalve helder is. We zijn geneigd om hem te zien als een domme man, met een gebrekkig inschattingsvermogen van de tegenstand van de vijand. Maar in een bepaald opzicht borduurt Poetin voort op iets waarbij leiders niet per se aan macht inboeten. Om je macht te tonen moet je de massa's vergroten. Massa's in diverse vormen, levenden en doden. Als je laat zien dat je zonder aarzeling je eigen massa's kunt opofferen en daarbij zelf overleeft, laat je zien dat je over macht beschikt. Het thema dus van Canetti: hoe draagt de vorming van massa's bij aan de macht?

Daarbij gaat het zeker niet alleen om de macht van politieke leiders. We zagen bij de satiricus Kraus dat hij de leiders naast de gewone mensen zette, bijvoorbeeld in zijn toneelstuk Die Letzten Tage der Menschheit. Ook als je meer inzicht wil hebben, zoals Canetti, kan het helpen om af en toe te zwenken naar anderen dan de leiders, allerlei mensen met hun fantasieën en wanen.

Canetti doet dat met name aan het slot van Massa en macht. Hij bespreekt er de beroemde memoires van paranoïcus Schreber, een rechter die zelf zijn wanen op papier heeft gezet. Je zou hem kunnen zien als het grensgeval van de hierboven uitgetekende logica. Schreber zag de hele mensheid als een massa vijanden, en zichzelf als degene die de strijd met hen kon overleven door de anderen terug te brengen tot kleine, vluchtige entiteiten. Het fijnste voor hem zou zijn om iedereen te doden, maar wellicht is het nog beter om allen in leven te laten en zoveel macht over hen te hebben dat je maximaal gebruik van hen kunt maken.

Omdat we hier in deze blogs ook steeds de hulp van Agamben inroepen is het de moeite waard om even naar de bladzijden te kijken waar hij Canetti citeert. Dat doet hij in zijn boek over corona, in de mij beschikbare vertaling Epidemie als politiek (uitg. Starfish books). Agamben sluit aan bij de idee van Canetti dat we normaal gesproken bang zijn om elkaar aan te raken, maar dat we die angst in de massa kunnen overwinnen. Hoe compacter hoe beter zelfs. Nou, dat gaat niet op voor de social distancing in coronatijd, zegt Agamben. Het lijkt of we hier te maken hebben met een nieuwe, andere gestalte van de massa. Niet de compacte, maar de 'ijle massa'. Deze is gebaseerd op een verbod, het verbod tot contact, maar niettemin een massa.

Interessant aan het contact tussen Agamben en Canetti zijn wat mij betreft twee zaken. De eerste is de status van het bevel of, zoals hierboven, het verbod. Canetti besteedt in zijn boek veel aandacht aan de betekenis van het bevel. Net als Agamben gaat hij in tegen een dominante stroming in de filosofie, ik denk met name aan Kant en Nietzsche, waar het bevel geldt als onvoorwaardelijk (categorische imperatief), absoluut of als kenmerk van de heerser of heer. Ik ben benieuwd wat Agamben vindt van de visie van Canetti dat het bevel oorspronkelijk berust op het bevel tot doding of verjaging. Dit is voor degene die het bevel krijgt onverdraaglijk. Het bevel blijft - als hij het overleeft - in hem achter als een 'angel', een vreemd element waarvan hij last blijft houden, en dat het geweld van het bevel op allerlei manieren in stand houdt. In de laatste zin van het boek komen we de angel dus ook weer tegen:

'Wie de macht wil aanvatten, moet het bevel zonder angst in de ogen zien en de middelen vinden om het van zijn angel te beroven.' (p.472)

Een tweede contactpunt tussen Agamben en Canetti betreft de macht. Aan de geciteerde zin kun je al zien dat Canetti wellicht weinig ziet in het zoeken naar een toestand waarin we van de macht bevrijd zijn. Wel kunnen we allerlei vormen van macht analyseren, met name in verband met de rol van de vorming van massa's, waardoor onze kans op succes groter zal zijn als we de macht op een of andere manier willen aanpakken. Ook het bevel blijft in stand, het gaat Canetti erom, het bevel van zijn angel te bevrijden. Dit lijkt sterk op een psychotherapeutische aanpak, voorzover we in onszelf moeten zoeken naar de effecten van het bevel, zodat we het bevel weer als iets puur uiterlijks kunnen ervaren en ons er met meer vrijheid toe kunnen verhouden.

Het lijkt erop dat Agamben (nog) minder terughoudend is met zijn ambities. In passages van L'uso dei corpi neemt Agamben afstand van Foucault, omdat deze met zijn idee van het zelfbestuur nog tezeer in de sfeer van de macht blijft. Daarom stelt Agamben voor om het begrip 'gebruik' (uso) centraal te stellen. Bij besturen is er altijd iets dat bestuurt en iets dat wordt bestuurd, een actieve en passieve instantie. Bij het gebruik maken van iets of iemand doorbreek je die tegenstelling tussen actief en passief, en laat de gebruiker zich inschakelen in een verhouding die minder of helemaal niet wordt gekenmerkt door de asymmetrie van de macht.

Nu is het op zijn minst opmerkelijk dat Agamben zijn alternatief aanzet vanuit de verhouding tussen meesters en slaven. Het begrip 'gebruik' ontleent hij aan Aristoteles, die de slaaf definieert als 'gebruik van het lichaam', het gebruik van zijn eigen lichaam door zichzelf en door zijn meester. Betaalt Agamben niet een prijs voor zijn kritiek op de macht als zodanig, doordat zijn paradigma dat van de heer en de slaaf is? Des te prangender wordt deze verdenking wanneer we ons realiseren dat ook Agambens geestverwant Cacciari oproept tot het opgeven van onze dominantie als westerlingen in de wereld van vandaag. Moeten we slaven worden cq. blijven, eventueel 'alsof niet', zoals Agamben dat verwoordt?

Kan zijn dat er voor de uitdieping van deze vraag nog iets te halen valt bij Canetti. Temeer daar hij de kern van zijn machtsopvatting aanwijst in de heer die zijn slaven in leven laat om van hen 'gebruik te maken'. Hier zou dan ook de kern kunnen liggen van de kwestie die opdoemt wanneer we de machines van Canetti en Agamben op elkaar kortsluiten.

In deze blog ambieer ik deze kwestie zo te comprimeren dat we een richting of oriëntatie vinden die ons kan helpen het werk van Canetti én van Agamben met nieuwe ogen te lezen.

Centraal staat hierbij, zo vermoed ik, de verhouding van mens tot dier. De mens is in staat te overleven in een sociale orde waarin alles draait om het bevel wanneer hij zich tot dat bevel verhoudt naar het model van het dier. Canetti schetst hoe het dier door het bevel wordt verjaagd of gedood, en hoe het dier voor het bevel of de dreiging ervan op de vlucht slaat. Maar de mens is in staat het dier juist naar zich toe te halen doordat hij het dier beloont, bijvoorbeeld met voedsel. Geef het paard een suikerklontje en het komt naar je toe. De domesticatie is een feit, en daarmee ook het belangrijkste machtsmodel van Foucault, de disciplinering.

De bevrijding van de aanrakingsangst is de beloning bij uitstek, waardoor de mens toetreedt tot de massa en zich uit eigen beweging ten dienste stelt van de leider. Iets dergelijks zagen we bij de (werkelijke of gefantaseerde) Canetti-cursus van satiricus Wim de Bie. De mensen kwamen massaal op zijn cursus af, omdat het 1) wel prettig is om tot een massa toe te treden, en 2) het fijn is om boeken zoals van Canetti te lezen onder leiding van een leider. Een leider zelfs die hen opzadelde met bevelen, zoals dat ze het boek van Canetti altijd op zak moesten hebben, zodat ze op elk moment dingen konden analyseren die ze meemaakten.

Dit ideaal raakt nauw aan het ideaal van Agamben van de eeuwige student. Hierin volgt hij Walter Benjamin in zijn door mij gekoesterde essay over Kafka. Gelukkig de mens die het recht niet meer toepast maar alleen nog bestudeert. Die mens lijkt met Canetti op zak realiteit te zijn geworden, al wanneer hij een stap buiten de deur zet. We zien massa's, zelfs als de deelnemers anderhalve meter afstand houden.

Ik schakel tot slot nog even terug naar mijn conclusie na lezing van Canetti's visie op de satiricus Kraus. Kraus was voor Canetti een god of afgod. Daarna nam hij afstand van zijn god, maar nog steeds gold voor hem het model dat je alleen sterker wordt wanneer je onder de macht van je god hebt gestaan, erdoor bent vernietigd, en in het verborgene merkt dat je kracht toeneemt zodat je wordt wie je bent.

Moeten we hieruit concluderen dat de paranoia een noodzakelijke fase van de mensheid is, waardoorheen we onszelf kunnen ontdekken, doordat we ons onder massa uit wurmen die we zelf bij elkaar hebben gefantaseerd? Is Schreber onze grote roerganger?

Zeg niet te snel nee. Zoals gezegd eindigt Canetti niet voor niets zijn boek met zijn uitvoerige analyse van het geval Schreber. Daar spitst zich iets toe van de logica die zijn studie draagt, naar de rol van massavorming bij onze begeerte naar macht. Worden wie je bent gaat altijd samen met de ervaring van macht, de macht dat je je door anderen niet meer laat vertellen wie je bent, en dat je dat zelf wel uitmaakt. Kortom, achter de schijnbare bescheidenheid van Canetti zou wel eens een ongebreidelde machtsaspiratie kunnen schuilgaan. Wie zijn wij dat we onszelf denken te kunnen zijn, terwijl we in feite niets anders verlangen dan deel uitmaken van de massa's?

Ook Agamben zou je langs deze lijnen kunnen lezen. Mooi, dat gelukkige leven waarin we noch actief noch passief zijn, maar altijd in het midden, altijd in beweging, in metamorfose. Geen macht meer die ons in zijn greep houdt. Maar tegelijk zitten we gevangen onder het eindeloze gewicht van de economie, van de politieke en economische machten die nu mede dankzij corona hun laatste terughoudendheid laten varen. Als je al niet paranoïde was zou je het worden. Onder het mom van zorg en therapie gaat een macht schuil die ons als individu wil vernietigen. Maar gelukkig hebben wij dat door, zolang we die macht permanent blijven analyseren, als de kafkaiaanse benjaminiaanse eeuwige student.

We zijn er nog niet uit, er zullen nog de nodige blogs volgen waarin we onze problematiek verdiepen. Intussen realiseer ik me dat naast Nietzsche en Foucault nog andere filosofen ons kunnen bijlichten. Ook Deleuze en Guattari bogen zich over de casus Schreber, en ook zij zien iets in de massa als vertrekpunt van de antropologie. Wie zijn we anders dan een enorme massa spermatozoïden waarvan er een het doel bereikt en de talloze anderen sneuvelen? Hoe kunnen we het leven waarderen vanuit zowel die gesneuvelde gevallen als vanuit die ene winnaar?

The Ultimate Selfie: Start-up proposes Live Sperm Video to evaluate male  fertility


 

1 opmerking:

  1. Ha Anton, mooi dat je nu de koppeling maakt met Canetti : een van mijn favorieten die je scherp weergeeft in je blog. Wat Canetti zo moeilijk maakt, is die combinatie van grofheid en verfijning. Zijn analyses van de massa's zijn bruut: we worden uiteindelijk door grotere machten in beweging gebracht. Het verlangen om te versmelten in een groot collectief. Kan het kritische intellect weerstand bieden aan deze zuigkracht? Ik ga Canetti met deze vraag opnieuw lezen. Zo blijf ik de eeuwige student die jij in je blog laat opdoemen. Ik vraag me af of je de overgang van destructieve machtsuitoefening naar parasitaire machtsoefening ook als evolutionaire ontwikkeling kan duiden. Kunneman maakt onderscheid tussen katapoiesis en parapoiesis. Als Poetin zijn soldaten de dood injaagt, kan zij hen niet meer gebruiken. Zal het uiteindelijk sluwheid zijn die hem ertoe brengt om zuiniger met mensenlevens om te gaan?

    BeantwoordenVerwijderen