De vage herinnering suggereert bedrog en moreel verval, onvermogen waarvoor een slap excuus wordt gebruikt. Maar bij de historici en Plato waar ik het tegenkom staat het in het teken van de zoektocht naar werkelijkheid en waarheid. Je gebruikt de vage herinnering om vervolgens in een kritisch proces waarheid en fictie te onderscheiden. Daarvoor al kun je in de algemene herinnering de vage herinnering onderscheiden van het gebruik voor politieke, sociale en religieuze doeleinden. Zo gebruiken Price en Thonemann het. Antieke Grieken herinnerden zich de volksverhuizingen na de val van Mycene als een omvangrijk proces dat tot een nieuwe dialectenkaart leidde. In werkelijkheid diende hun herinnering vooral een ideologisch belang. Toch, zo stellen de historici, schuilt er in hun herinnering zeker wel een vage herinnering aan iets dat echt gebeurd is. Het is in dit geval dus de vage herinnering die betrouwbaarder is dan de expliciete, ideologische herinnering.
In Plato's inleidingen moet de vage herinnering vooral een grotere betrouwbaarheid suggereren. Maar ondanks de retorische kracht hiervan kunnen we zijn geschriften toch moeilijk opvatten als betogen voor retorica. De inleidingen moeten de lezer vatbaar maken voor de kritische dialogen die volgen, en waarvan de inzet vooral educatief is. Belanden we dan in Symposion uiteindelijk bij de Alkibiadesscène, dan wordt het moeilijk om nog tussen vage en scherpe herinnering te onderscheiden. Alkibiades is zat, maar vertelt daardoor een waarheid over Sokrates die hij anders niet gezegd had kunnen hebben. We hebben op dat moment nog slechts een vage herinnering aan de openingsscène. We hebben dus echt iets meegemaakt en zijn ietsiepietsie veranderd, al weten we nog steeds niet precies hoe.